Gebouwde bunkers

Geschut

1 x 636
1 x 667
1 x 671 abg 630
1 x 671 abg 631
3 x FL 242
3 x M158
1 x M182
10 x mitrailleuropstelling
1x veldkanon

Levensmiddelen

3 x 675
2 x berging voorraden
7 x watervoorraad

Manschappen

1 x 502
1 x barak
2 x schuilplaats (Ned)
2 x verblijf FL243
2 x woonbarak
4 x woonschuilplaats

Medisch

1 x verbandplaats

Munitie

1 x 134
1 x FL246

Overig

2 x aggregaat met verblijf
1 x kantine
1 x kantoor
1 x keuken
3 x onbekend
2 x pomp
2 x remise
2 x tobruk
1 x wapenkamer
4 x w.c.
2 x zoeklichtplatform

Geschut

In de duinen bij nabij Duindorp, zuidelijk van de luchtafweerbatterij Westduinen Flak, bevond zich de zware marinebatterij Stützpunkt XXXXIV M – Marine Seeziel-Batterie Westduin. De batterij werd in 1942 in gebruik genomen, het geschut stond aan de zeezijde op de eerste zeewaterkerende duinenrij opgesteld. Een aantal bunkers lagen achter de betonnen tankmuur die in het talud gebouwd was. In april 1942 bestond de hoofdbewapening uit vier stukken van 9,4 cm luchtafweergeschut die ook inzetbaar waren als vlakbaangeschut voor zeedoelen. In november 1943 kwam er toestemming om dit geschut te vervangen door 10,5 cm Schiffskanone C/32 (S.K.C/32), zware scheepskanonnen die op het land werden hergebruikt. Eerder stonden de stukken geschut in open opstellingen waar ze kwetsbaar waren voor luchtaanvallen. De nieuwe stukken geschut kwamen tussen januari en juni 1944 in zware bomvrije bunkers te staan. De drie open geschutsbeddingen van het type M158 werden verbouwd waarbij er onder andere een betonnen dak overheen kwam.

De bunkers

De vuurleidingspost van het type 636 bevond zich in het hart van de batterij en was zo gebouwd dat de voorkant van de observatieruimte direct tegen de tankmuur aan lag. In deze bunker bevond zich onder andere een rekenruimte, een radiokamer, een berichtenruimte, een officiersverblijf en een manschappenonderkomen. In de bunker werden afstandsmetingen en berekeningen gedaan om het geschut te kunnen aansturen. Aan weerszijden van de 636 stonden twee geschutsbunkers voor het 10,5 cm geschut, respectievelijk van het type M158 (Bettung für leichte Geschütze, inmiddels omgebouwd tot bunker voor zwaar geschut) en 671 abg 631 (Schartenstand für Geschütze auf mittlere Sockellafette 120°).

Nabijverdediging

Naast de zware kanonnen beschikte men ook over een aantal andere zware wapens. De nabijverdediging werd verzorgd door twee flankerende, aan de zeezijde gebouwde geschutsbunkers. In de bunker van het type 671 abg 630 (Schartenstand für Geschütze auf mittlere Sockellafette 120°) stond een 7,5 cm Pak 97/38, in een bunker van het type 667 (Kleinstschartenstand für 5 cm KwK) een 5 cm KwK 1/60. Er was in de batterij ook een 7,5 cm veldkanon opgesteld en er lagen een aantal mitrailleurnesten. Evenwijdig aan de kust lag een betonnen tankmuur van circa 130 meter lang. Deze maakte zowel aan de noord- als zuidzijde een knik. Op het knikpunt aan de noordzijde bevond zich de bunker van het type 667 en een mitrailleurbunker. De muur liep hier na de knik nog circa 10 meter door. Op het knikpunt aan de zuidzijde bevond zich enkel een mitrailleurbunker, hier liep de muur nog circa 16 meter door. De stukken luchtafweergeschut stonden opgesteld in drie beddingen van het type FL 242 (Flakeinheitsstand für mittlere und leichte Flak). Zowel aan de noord als zuidkant van de batterij stond op een platform een zoeklicht opgesteld, deze werden beide via een hellingbaan in een remise ondergebracht.

Ondersteunende werken

De munitie voor het kustgeschut werd centraal opgeslagen in een grote munitiebunker van het type FL 246 (Munitionsauffüllraum für schwere Flakbatterie). De overige munitie werd opgeslagen in een munitiebunker van het type 134 (Munitionsunterstand). Verder lagen er drie wateropslagbunkers van het type 675 (Kleinstunterstand für Wasserversorgung), een manschappenverblijf van het type 502 (Doppelgruppenunterstand) en vier woonschuilplaatsen van het type VF52a. Ook lagen er lichte bunkers met een ondersteunende functie zoals een kantine, kantoor, bergplaatsen, barakken, toiletgebouwen en een verbandplaats. De kantine was een fors gebouw met bakstenen muren, een betonnen dak en bevatte een zaalruimte (die voorzien was van toneel, buffet en open haard), toiletten en een keuken. Deze bunker is nog steeds in gebruik ter opslag van kwetsbare nitraatfilms van het Nationaal Filmarchief. In het noordelijke deel van het complex lag een ondergronds gangenstelsel waar een aantal van de bunkers op aangesloten waren. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn door het Nederlandse leger langs de kust vele betonnen schuilplaatsen gebouwd. Ook in deze batterij lagen een tweetal van deze schuilplaatsen, ze zijn door de bezetter in gebruik genomen als munitiebergplaats of manschappenverblijf.

Bezetting

Volgens een kaart van 24 augustus 1944 werd de batterij verdedigd door:

9./Marine Artillerie Abteilung 201, bestaande uit 1 officier, 21 onderofficieren en 103 manschappen, met als bewapening:

  • 5 × Leichtes Maschinengewehr
  • 4 × Schweres Maschinengewehr
  • 2 × Granatwerfer
  • 4 × 2cm Flak
  • 1 × 7,5 cm Geschütz
  • 4 × 10,5 cm Geschütz

4./Festungstorm-truppen, bestaande uit 2 onderofficieren en 4 manschappen, met als bewapening één 5 cm KwK.