Gebouwde bunkers

Commando

1 x Sk (8732)

Geschut

1 x 625

Manschappen

2 x woonverblijf

Medisch

1 x Sk hospitaal

Overig

1 x Sk 116
2 x 645
3 x garage
2 x Luftschutzbunker
1 x septictank
5 x tobruk
1 x transformatorhuis
1 x w.c.

Seyss-Inquart

Dit steunpunt bevond zich op en rond het landgoed Clingendael, dat geconfisqueerd was als de residentie van Reichskommissar Arthur Seyss-Inquart. Hiermee werd Clingendael een bestuurlijk centrum voor de bezetter in Nederland. Dit was niet de meest veilige locatie, maar Seyss-Inquart mocht van zijn superieuren zijn standplaats Den Haag niet verrruilen voor een veiligere plek in het oosten van het land. Dit zou namelijk blijk geven van angst. Na eerst te hebben overwogen een steunpunt in de omgeving van het Plein aan te leggen, waar Seyss-Inquart zijn kantoor had, werd er toch gekozen voor landgoed Clingendael. Het steunpunt sloot aan op Stützpunkgruppe Scheveningen, in principe werd het landfront in een ruime lijn rond Clingendael doorgetrokken. Het tracé van de Hauptkampflinie van Stützpunkt Clingendael liep vanaf de Kwekerijvaart aan de Raamweg naar de Koningskade tot aan de Boorlaan, diagonaal over het Malieveld tot het begin van de Boslaan, door het Haagse Bos, over de Benoordenhoutseweg, ten noordoosten van Oosterbeek, het terrein van de Haagsche Golfclub met aansluiting op de Hauptkampflinie van Stützpunktgruppe Scheveningen. Binnen het steunpunt vielen de Widerstandsnester 302a, 303, 303a, 304, 305, 306, 307, 308, 309, 320, 321 en 322.

Landhuis

Als woning had Seyss-Inquart het riante landhuis op landgoed Clingendael. De bewoonster (barones Van Brienen van de Groote Lindt) was in november 1939 overleden. Voor hij er in trok, liet hij het huis in juli en september 1940 grondig renoveren. Zo werd het balkon aan voorzijde om veiligheidsredenen gesloopt en richtte men een deel van de wijnkelder in als schuilplaats. In januari 1942 werd het landhuis Meyland in Wassenaar gevorderd als het alternatieve verblijf wanneer Clingendael wegens dreiging moest worden verlaten. Vlak naast de hoofdingang was een wachthuisje gebouwd en in het beukenbos (ten westen van het landhuis) werd in 1941 een wachtgebouw gebouwd voor de Grüne Polizei. Tevens was het eenvoudige logeerhuis (die voortaan als Schäferhaus werd aangeduid) in bezit gekomen van de oudste dochter van Seyss-Inquart, waar zij dus haar eigen gasten kon ontvangen.

Kazerne

In 1942 werd begonnen met de bouw van een SS-Polizei-Kaserne, in de eerste maanden van 1943 werd het opgeleverd. De kazerne was bestemd voor huisvesting van een onderdeel van de Ordnungspolizei die in de bezette gebieden in gekazerneerde eenheden was georganiseerd. Zo waren de Widerstandsnester 302a, 303, 303a, 304, 305 en 306 in hoofdzaak verdedigd door de militairen van Polizei Waffenschule III uit de SS-Polizei-Kaserne. Door Reichsführer SS en hoofd van de Duitse politie, Heinrich Himmler, vond op 14 mei 1942 in een gebouwtje op het landgoed het verhoor plaats van de verzetsmannen Jordaan en Boellaard.

Commandobunker

De grootste bunker was de commandobunker van Seyss-Inquart. De uit twee verdiepingen bestaande bunker was aan het einde van de Wassenaarseweg gebouwd en bestemd voor de Reichskommissar, de Reichskommissariat en de commandant van het plaatselijke infanterieregiment. De bunker was geheel gecamoufleerd als boerderijgebouw, met bakstenen muren (deels echt en deels geschilderd) en een hoogopgaand met pannen gedekt zadeldak. Twee kolommen op het dak wekken de indruk schoorstenen te zijn maar waren in werkelijkheid opstellingen voor 2 cm Flak. Tegen de bunker aan lag een dubbele uitvoering van een keukenbunker type 645 (Stand für 1 Küche). Op een terrein aan de Van Ouwenlaan was een grote Sanitätsbunker (hospitaalbunker) gebouwd, vermoedelijk als noodhospitaal voor het nabijgelegen Bronovo ziekenhuis. Naast het Bronovo ziekenhuis was een lichtcentrale van het type 116 Sk (Sonderkonstruktion, afwijkende bouw) gebouwd.